arrow_back Back to Hub
~75% are de-words
Plural is always "de"
Diminutives (-je) are always "het"
boltKey Rule

Dutch has two definite articles: de and het. There is no simple rule for knowing which one to use, so you must memorize the article with the noun! However, all plurals use de, and all diminutives (e.g., het huisje) use het.

Common de-words (People & Objects)
DutchEnglishPlural
de manthe mande mannen
de vrouwthe womande vrouwen
de jongenthe boyde jongens
de vaderthe fatherde vaders
de moederthe motherde moeders
de autothe carde auto's
de fietsthe bicyclede fietsen
de tafelthe tablede tafels
de stoelthe chairde stoelen
de boomthe treede bomen
Common het-words (Places & Concepts)
DutchEnglishPlural
het meisjethe girl (diminutive)de meisjes
het kindthe childde kinderen
het huisthe housede huizen
het boekthe bookde boeken
het werkthe work(geen meervoud)
het landthe countryde landen
het waterthe water(geen meervoud)
het bierthe beer(geen meervoud)
het jaarthe yearde jaren
het probleemthe problemde problemen